| Welkom | | Afdrukken | |
|
Onderhoud van kunstcollecties
Om een optimaal behoud en beheer van een kunstcollectie te garanderen is het regelmatig onderhoud van essentieel belang. Vaak is dit een tijdrovende bezigheid waarvoor heel wat diverse materialen en specifieke kennis vereist zijn.
Studiebureau Monumentenzorg kan u hierbij ondersteunen en helpen. Wij werken daarvoor samen met Ter Beek Moving Services. Ons team van ervaren kunsthistorici en technische medewerkers biedt u de mogelijkheid om een divers aanbod van kunstvoorwerpen op een deskundige manier te ontstoffen en te reinigen. Alle medewerkers zijn vertrouwd met het hanteren en respectvol behandelen van kunstcollecties.
Altaren, beeldhouwkunst, boeken, ceramiek, glaswerk, glasramen, grafstenen, liturgische voorwerpen, meubilair, schilderijen, sieraden, textiel, verlichting, zilver- en goudwerk, etc… worden vooraf individueel bekeken, zodat wij u een offerte op maat kunnen bezorgen.
Indien gewenst kan de collectie gelijktijdig geïnventariseerd geworden en kan het schadebeeld van de kunstvoorwerpen gemeld worden. Dit ligt aan de basis van een goede conservatie van het kunstpatrimonium. Wij geven ook advies naar verdere behandeling, verpakkingsmaterialen en opbergmethodes van diverse objecten.
Studiebureau Monumentenzorg en Ter Beek Moving Services kunnen het nodige personeel ter beschikking stellen om een vlotte en snelle afhandeling van de opdracht te garanderen.
Voor verdere informatie hierover of indien u een offerte wilt aanvragen kan u altijd met ons contact opnemen. Studiebureau Monumentenzorg is sinds 1997 actief op het vlak van bouwhistorisch onderzoek en erfgoedadvies.
Het bedrijf heeft zich ontwikkeld tot een belangrijke partner voor verschillende partijen in de erfgoed- en restauratiesector: eigenaars, architecten en overheid.
We staan graag tot uw dienst voor :
Een team van (kunst)historici en technische medewerkers staat garant voor betrouwbaar advies.
Caroline Vandegehuchte Licentiate Archeologie en Kunstwetenschap (KU Leuven) Msc in Conservation of Historic Towns and Buildings (RLICC KU Leuven) PgDip Architectural Stonework Conservation (Bournemouth University) Dirk Bouve Licentiaat Archeologie en Kunstwetenschap (KU Leuven) Msc in Conservation of Historic Towns and Buildings (RLICC KU Leuven) Nathalie Gagelmans Licentiate in de Kunstwetenschappen (RU Gent) Master in de Monumenten- en Landschapszorg (Artesis Hogeschool Antwerpen) Michelle Nolf Licentiate in de Kunstwetenschappen (RU Gent) Master in de Monumenten- en Landschapszorg (Artesis Hogeschool Antwerpen) Patricia van den Borne Technisch assistent Wiggert Puiyker Technisch assistent
Het bouwhistorisch onderzoek omvat verschillende aspecten: - Algemeen historisch archivalisch bronnenonderzoek - Bouwhistorisch en materieel-technisch onderzoek in situ - Fotografische opname - Vergelijkend onderzoek - Omgevingsonderzoek - Bouwhistorisch eindrapport en restauratieadvies - Opvolging van de restauratiewerken
Een groot deel van het werk bestaat uit het eigenlijke bouwhistorische en materieel-technisch onderzoek in situ van het interieur en het exterieur. Zoals in de archeologie laten tal van ingrepen of gebeurtenissen doorheen de tijd hun sporen na in het gebouw: dichtmetsen of maken van muuropeningen, ophogen van vloerniveaus,… Daarom wordt er bij bouwhistorisch onderzoek soms ook wel eens gesproken van “muurarcheologisch” onderzoek. Een studie van het metselwerk kan ook informatie opleveren over de bouwfases: de mortelsamenstelling, de afmetingen van het baksteenmetselwerk, het metselverband,…
Een belangrijk onderdeel is vaak het onderzoek naar de afwerkingslagen op de wanden. Dit onderzoek bestaat uit twee delen. Enerzijds is dit het onderzoek naar de pleisterlaag. Onderlinge verschillen in de samenstelling van de pleisterlaag (opgebouwd uit een raaplaag en een pleisterafwerkingslaag) kunnen wijzen op een andere bouwfase. Een tweede deel van het onderzoek naar de afwerkingslagen is het stratigrafisch kleuronderzoek. Doorheen de tijd werden er verschillende kleurlagen aangebracht. Al de verschillende kleurlagen worden als een kleurentrap laag per laag blootgelegd. Volgens het principe van de stratigrafie is de bovenste laag de jongste en de onderste laag de oudste. Elke laag wordt dan vervolgens gedetermineerd met behulp van de NCS-index (Natural Colour System). De oudste lagen zijn vaak kalkverf en kunnen vrijgelegd worden met behulp van een scalpel. Bij meer recente lagen gaat het om een synthetische verf. Deze lagen worden vrijgelegd met behulp van een verfoplosmiddel. Ook hier kunnen het type verf en de samenstelling van het kleurenpalet aanduidingen zijn voor het bouwhistorisch onderzoek.
Vaak kan men op basis van het onderzoek in situ enkel komen tot een relatieve datering. Een vergelijkend onderzoek kan soms de aanleiding zijn om te komen tot een min of meer absolute datering. Elke periode doorheen de geschiedenis wordt namelijk gekarakteriseerd door een aantal kenmerken. Het vergelijkend onderzoek geeft bovendien een idee van de stilistische en historische waarde van een gebouw.
Al deze aspecten zijn belangrijk om uiteindelijk te komen tot een verantwoorde keuze voor de restauratieopties die genomen moeten worden. |
